Nibud: Helft werklozen levert per maand 500 euro in

16 June 2010

Van de werklozen gaat 42 procent er per maand tussen de 300 en 600 euro op achteruit. Voor een kwart is dat zelfs meer dan 900 euro per maand. 40 procent had van tevoren geen idee hoe hoog het nieuwe inkomen zou zijn en 20 procent schatte het nieuwe inkomen te hoog in. Ruim een kwart leent sinds zijn werkloosheid om bepaalde uitgaven te kunnen blijven doen. Dit blijkt uit onderzoek van het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) en CentiQ, Wijzer in geldzaken, onder 500 werklozen. Driekwart van de werklozen maakt zich zorgen om de persoonlijke financiële situatie. Nibud en Wijzer in geldzaken delen deze zorg en spelen hierop in met een speciale checklist voor meer grip op hun geld: Checklist Geld & Werkloosheid.

82% levert minimaal 300 euro per maand in
Bijna 70% van de werklozen vindt het moeilijk tot zeer moeilijk om rond te komen. Een grote meerderheid gaat er dan ook minimaal 300 euro per maand op achteruit. Van de werklozen weet ruim driekwart dat tegemoetkomingen kunnen veranderen, maar twee op de vijf heeft dit nog niet uitgezocht. Het Nibud en Wijzer in geldzaken adviseren nadrukkelijk na te gaan of je recht hebt op tegemoetkomingen. Dit is in het bijzonder belangrijk voor werklozen die voorheen overuren of onregelmatigheidstoeslagen uitgekeerd kregen: het verlies aan inkomsten kan dan groter zijn dan een daling van het inkomen tot 70% van het sociale verzekeringsloon.

28% leent sinds werkloosheid
Bijna de helft van de werklozen heeft minder dan 1.000 euro achter de hand. 78% van de werklozen spaart niet, een derde doet dit niet omdat ze interen op hun spaargeld. Ook is ruim een kwart van de werklozen gaan lenen omdat ze anders bepaalde uitgaven niet meer konden doen. Zij hebben dus geen buffer voor onverwachte uitgaven en hebben meer risico op financiële problemen. Een vijfde van de werklozen kreeg door de werkloosheid financiële problemen. Een tiende had ze daarvoor al en bijna 20% verwacht deze binnen een jaar of op het moment dat de WW-uitkering stopt te krijgen. Bijna alle werklozen met een buffer van minder dan 1.000 euro hebben minstens één betalingsachterstand gehad.

Checklist Geld & Werkloosheid
Tweederde van de werklozen komt sinds het baanverlies (zeer) moeilijk rond. Voor die tijd gold dat voor 10%. Van de werklozen die moeilijk rondkomen, geeft 44% aan dat ze geen grip op hun financiën hebben. Werklozen die al langere tijd geen werk hebben, hebben meer grip dan werklozen die recent werkloos zijn geworden. Grip kan financiële problemen voorkomen. Om werklozen te helpen zo snel mogelijk grip op hun financiën te krijgen, hebben het Nibud en Wijzer in geldzaken een checklist gemaakt: Checklist Geld & Werkloosheid (www.nibud.nl/werkloosheid). Hiermee kunnen werklozen stap voor stap nagaan of ze alles hebben geregeld met betrekking tot hun financiën. Het Nibud en Wijzer in geldzaken raden werklozen ook aan vrijblijvend advies in te winnen bij de schuldhulpverlening. Slechts een kwart van de werklozen is van deze mogelijkheid op de hoogte. Advies over de financiële situatie voorkomt dat problemen zich onnodig opstapelen.

Onvoldoende zicht op nieuwe situatie
Werklozen vinden het moeilijk om de financiële gevolgen van hun baanverlies te overzien. Het Nibud is ervan geschrokken dat zo weinig werklozen inzicht in hun nieuwe financiële situatie hebben. 47% van de werklozen weet niet hoe lang ze een WW-uitkering zullen krijgen. Ook weet één op de vijf werklozen niet hoe zijn inkomenssituatie verandert. Ze vinden het lastig om op het moment dat ze hun baan verliezen, een (goede) inschatting te maken van hun nieuwe inkomen. Bijna 40 procent had geen idee hoe hoog het zou worden en 20 procent had het te hoog ingeschat. Veel werklozen waren verrast door de grote inkomensdaling. Om deze reden wijzen het Nibud en Wijzer in geldzaken op de vernieuwde Werkloosheidsberekenaar. Hiermee kan berekend worden wat er bij werkloosheid met het besteedbaar inkomen gebeurt en kunnen financiële problemen voorkomen worden.

Achtergronden bij het onderzoek
Het onderzoek ‘Zonder werk, de financiële gevolgen van werkloosheid’ is uitgevoerd middels een digitale vragenlijst, die in maart 2010 aan de respondenten is voorgelegd. De respondenten zijn afkomstig uit het online panel ‘Opinieland’ van Survey Sampling International (SSI). In totaal hebben 499 personen zonder werk deelgenomen aan dit onderzoek. De steekproef is een representatieve weergave van de werkloze bevolking in Nederland (uitgaande van CBS-cijfers van februari 2010). De helft van de respondenten is korter dan een jaar werkloos, de andere helft is langer dan een jaar werkloos.

Over CentiQ, Wijzer in geldzaken
CentiQ, Wijzer in geldzaken vertegenwoordigt 45 organisaties, waaronder het Nibud, die hun krachten bundelen om de consument ‘wijzer in geldzaken’ te maken. Zij zetten zich in om het financiële inzicht van de Nederlanders te vergroten, zodat consumenten beter in staat zijn financiële beslissingen te nemen. Platform CentiQ, Wijzer in geldzaken is een initiatief van het ministerie van Financiën, waarin partners uit de financiële sector, de overheid, voorlichtings- en consumentenorganisaties en de wetenschap samenwerken.

Ontevreden met salaris

15 June 2010

Ik ben ontevreden met mijn salaris, ik verdien een minimum maar werk wel 40 uur per week en ben voor veel mensen een expert, ik los per dag zo’n 30 problemen op voor mijn werkgever, toch heb ik per maand net 1300 euro netto.

Nu zoek ik een baan op MBO niveau waar ik minimaal 2000 netto op verdien. Suggesties ?

Veel mensen kunnen nauwelijks rondkomen

25 May 2010

Volgens een onderzoek van FNV blijkt dat mensen aan de onderkant van de banenmarkt nauwelijks rond kunnen komen. Door de gestegen prijzen van afgelopen jaren, verdienen zij minder dan dat zij moeten betalen en hebben zij vaak leningen lopen om het probleem van de ene naar de andere maand te verplaatsten.

Nibud: Vakantiegeld steeds meer gebruikt voor aflossen schulden

13 May 2010

Bijna de helft van de Nederlanders (45%) besteedt het vakantiegeld dit jaar aan vakantie*. Huishoudens besteden hun vakantiegeld echter steeds vaker aan huishoudelijke uitgaven, het aflossen van schulden en leningen en het aanvullen van tekorten op de lopende rekening. Dit blijkt uit de vakantiegeldenquête van het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting). Als mensen op vakantie gaan, besteedt bijna een kwart (22%) hier minder geld aan dan vorig jaar. Als voornaamste reden hiervoor wordt aangegeven dat ze minder te besteden hebben of dat ze moeten bezuinigen.

1.500 euro voor grootste vakantie
Meer dan de helft van de respondenten weet (nog) niet hoeveel ze dit jaar uitgeven aan de grootste vakantie. Ruim een derde weet dat wel en geeft hier gemiddeld ruim 1.500 euro aan uit. Van degenen die dit jaar minder uitgeven aan vakanties omdat ze moeten bezuinigen, geeft 37% zijn vakantiegeld uit aan de vakantie. Het vakantiegeld wordt besteed aan het aflossen van schulden (26%), aan huishoudelijke uitgaven (17%), het aanvullen van tekorten op lopende rekeningen (23%) en het achter de hand houden voor het geval het inkomen gaat dalen (26%).

Vakantiebegroting werkt
Van de respondenten bedenkt 30% niet van tevoren hoeveel ze aan hun vakantie willen besteden. Het merendeel (61%) maakt wel een vakantiebegroting. Meer dan de helft hiervan geeft ongeveer hetzelfde uit aan de vakantie als ze begroot heeft. Van de respondenten met een inkomen tot 1500 euro netto per maand, geeft 54% aan dat ze het (heel) erg vinden als ze meer uitgeven dan begroot. Voor deze groep met een inkomen beneden modaal is het maken van een begroting van groot belang.

Het Nibud adviseert dan ook om van tevoren een begroting te maken. Zo kan men zich financieel op de vakantie voorbereiden en kan er daarnaast gekeken worden waar het vakantiegeld het meest nodig is. Zo kan men er dan bewust voor kiezen het te gebruiken voor vakantie of voor het aflossen van schulden of het aanvullen van het huishoudgeld.

Minder gespaard dan in 2009
Ten opzichte van vorig jaar gaan er minder mensen op vakantie: 88% in 2009 en 80% in 2010. Ook is er een kleinere groep die zijn vakantiegeld uitgeeft aan de vakantie zelf (49% in 2009 en 45% in 2010). Vaker dan vorig jaar geeft men het vakantiegeld uit aan het aflossen van schulden en leningen (13% in 2010, 8% in 2009). Een ander groot verschil is het percentage van de ondervraagden dat het vakantiegeld op de spaarrekening zet: dit jaar is dat 24 procent en vorig jaar was dat 34 procent.

De enquête
De dataverzameling is verricht door Survey Sampling International, waarbij door 500 panelleden een vragenlijst is ingevuld. De panelleden vormen een representatieve weergave van de beroepsbevolking van 15 tot 65 jaar. Het veldwerk is verricht van in de laatste week van april en de eerste week van mei.

* Met vakantie wordt een periode van minimaal zes dagen bedoeld

Veel ouders geven geld aan volwassen kinderen

22 April 2010

Ouders steunen hun volwassen kinderen het meest op onregelmatige basis: als het kind geld nodig heeft of er om vraagt. Een kleine groep ondersteunt zijn kinderen structureel. Dit blijkt uit een uniek onderzoek van het Nibud, Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting, naar onderhandse en informele betalingen tussen ouders en kinderen. Ook blijken ouders en volwassen kinderen vaak niet goed op de hoogte te zijn van elkaars financiële situatie. Een derde heeft geen idee of het inkomen van de ander hoger of lager is dan het eigen inkomen. Betere communicatie hierover draagt volgens het Nibud bij aan een goede afweging wel of niet te schenken.

10 % van ouders schenkt structureel aan kinderen
Hoewel de bekendheid van mogelijkheden om belastingvrij te schenken groot is (84%), is er maar een kleine groep ouders (10%) die structureel gebruik maakt van deze belastingvrije schenkingsmogelijkheden. Dit zijn vooral hoogopgeleide ouders met een hoog inkomen. In totaal geeft 26 % van de kinderen aan geld van de ouders te ontvangen, veelal op onregelmatige basis (11%) of via een lening (4%). 12 procent van de ouders van wie het kind een koopwoning heeft, heeft het kind gesteund bij de aankoop van de eigen woning.

Onbekendheid over elkaars financiële situatie
Het is niet vreemd dat niet alle ouders geld aan hun kinderen schenken. Een derde van de ouders geeft aan hier simpelweg het geld niet voor te hebben. Een andere veelgegeven reden van ouders om niet te schenken is dat ze vaak denken dat hun kinderen het niet nodig hebben. Kinderen denken daarentegen dat ze van hun ouders zelf in hun eigen inkomsten moeten voorzien. Dit verschil in perceptie laat zien dat over dit onderwerp weinig gecommuniceerd wordt. De beperkte communicatie blijkt ook uit het feit dat 30% van de ouders geen idee heeft van de hoogte van het inkomen van de kinderen.

Levensloopbreuken
Grote gebeurtenissen als het (ver)kopen van een huis, het krijgen van (klein)kinderen of pensionering, hebben grote financiële gevolgen voor ouders en kinderen. Deze levensloopbreuken zijn daarom belangrijke momenten om beslissingen te nemen over mogelijke vermogensoverheveling. Omdat levensloopbreuken vaak stressvolle gebeurtenissen zijn, raadt het Nibud ouders aan op een voortijdig moment de financiële situatie in kaart te brengen en na te gaan of ze iets voor hun kinderen kunnen en willen betekenen. Op die manier hebben ze de gelegenheid om over fiscaal gunstige mogelijkheden na te denken en zouden zo slimmer kunnen schenken.

Over het onderzoek
De vragenlijsten van het onderzoek ‘De ouders als financier? Financiële steun van ouders aan hun volwassen kinderen’ zijn voorgelegd aan leden van het panel Opinieland van Survey Sampling International (SSI). In totaal hebben 756 ouders en 482 kinderen de vragen beantwoord. Het betrof twee aparte steekproeven waarbij de respondenten niet aan elkaar gekoppeld waren. De ouder in de ene steekproef had dus niet een kind in de andere steekproef en andersom.
Het is voor het eerst in Nederland dat er onderzoek is gedaan naar onderhandse en informele betalingen tussen ouders en hun kinderen.

2009 was het slechtste jaar ooit

13 February 2010

De economische krimp in 2009 was zelfs hoger dan in de beruchte jaren 30. De enige motor voor de Nederlandse economie is de export. 2010 is echter een veel beter jaar, de Franse en Amerikaanse economie trekken enorm aan.

We verliezen nogsteeds banen

7 December 2009

In Nederland verliezen we nogsteeds banen en dat is geen goed bericht. Ik vraag me dan ook af waarom er niets gebeurd om het tij te keren in Nederland. De economie in andere landen gaat alweer een stuk beter, waarom blijft Nederland achter ?

Einde recessie

14 November 2009

De buitenlandse economie blijkt de Nederlandse economie uit het slop te trekken. Het lang verwachte “We zijn uit de recessie” kwam gistermiddag eindelijk.

Nu maar hopen dat we in goed vaarwater blijven met onze economie

Economische krimp 0,3% lager

30 September 2009

De economische krimp in Amerika werd het tweede kwartaal niet 1% maar slechts 0,7%. In het eerste kwartaal bedroeg de Amerikaanse krimp 6,4 procent op jaarbasis

Den Haag pakt door met recessiemaatregelen

23 September 2009

Ruim de helft van de 96 miljoen euro die het college van Den Haag in
februari 2009 vrijmaakte om de gevolgen van de recessie voor Hagenaars te beperken, is al uitgegeven. Dit blijkt uit de Haagse Recessiemonitor die wethouder Marieke Bolle (Financiën en Cultuur) vandaag aan de gemeenteraad heeft gestuurd. De afgelopen maanden is vooral geïnvesteerd in de aanpak van de openbare ruimte, het stimuleren van woningbouwprojecten, het creëren van stageplekken voor jongeren en de uitbreiding van voorzieningen voor mensen die als gevolg van de recessie in de problemen komen.

Uit de monitor blijkt dat de maatregelen die het college in februari
aankondigde nu al zichtbaar zijn in de stad. Zo is ruim 11 miljoen euro
vrijgemaakt voor het versneld aanbrengen van duurzame LED-verlichting in de openbare ruimte. Ook zijn op veel plekken in de stadsdelen oude masten en armaturen vervangen. “Een maatregel die zowel een belangrijke impuls voor de werkgelegenheid in de stad als een investering in duurzaamheid betekent”, aldus wethouder Bolle.
Andere projecten die al zichtbaar zijn, zijn de versnelde vervanging
van riolering, gemalen en bruggen en de schoonmaak in de stadsdelen.
Daarnaast is er naast de al geplande asfaltering van fietspaden nog eens 9 kilometer extra geasfalteerd. Verder heeft de gemeente maatregelen getroffen om stagnerende (nieuwbouw)projecten te stimuleren. Zo zijn er ondermeer 880 woningen gebouwd.

Den Haag heeft daarnaast overleg gevoerd met het onderwijsveld over de vorming van vakcolleges van VMBO-MBO om zo de aansluiting van jongeren op de arbeidsmarkt te stimuleren. Medio november wordt een aanvang gemaakt met de concrete uitvoering van afspraken die tussen het stadsbestuur en de schoolbesturen gemaakt zijn. Bij het Maris College zijn in augustus al 75 leerlingen gestart. Daarnaast is er 1 miljoen euro extra beschikbaar voor het armoedevoorzieningsproject “Kinderen doen mee”. Hierdoor kunnen nog meer kinderen meedoen aan
buitenschoolse (sport)activiteiten.

Uit de monitor blijkt dat het aantal faillissementen ten opzichte van
vorig jaar is verdubbeld, en dat de werkloosheid stijgt. Wethouder
Bolle: “We proberen mensen zo snel mogelijk weer aan het werk te
helpen en te houden. Zo investeert de gemeente ondermeer in scholing
voor deze groep”.

Desondanks is er een groeiende groep mensen in Den Haag die moeite
heeft om rond te komen. De gemeente trekt dan ook extra geld uit voor armoedebeleid (3,5 miljoen euro) en schuldhulpverlening (1,5 miljoen euro). Ook zijn er huisbezoeken afgelegd om onderbenutting van gemeentelijke voorzieningen op te sporen, waar onder andere de
Ooievaarspas en Den Haag op Maat onder vallen.

Ook de evenementensector wordt zwaar getroffen als gevolg van
teruglopende sponsoring uit het bedrijfsleven. De gemeente heeft daarom tot aan de zomer veel evenementen geholpen met een aanvullende financiële garantie.

Uit de monitor blijkt verder dat het consumentenvertrouwen in Den Haag iets toeneemt. Zo werden er in het tweede kwartaal van 2009 14% meer huizen verkocht dan in het eerste kwartaal van 2009.

Het komende half jaar gaat de gemeente Den Haag verder aan de slag met het verder uitvoeren van de maatregelen. De eerstvolgende
recessiemonitor verschijnt in januari 2010.